Projectomschrijving

Het Pantheon, Rome
Bouw tussen de jaren 118 – 125

foto pantheon 2

terug3
Het Pantheon – Onmogelijkvormig puzzelstukje

A – Vanwaar dit?
B – Het is een poging fraai ‘niets’ te zeggen.
Het ene niets is het andere niets niet.
Lucht ken ik al van jongs af aan.
A – Ik ook. Grijzig. Blauwig.
B – Als de lucht raar doet, kan het me verwonderen. Bijvoorbeeld als het rood is, of met flitsen.
A – Meestal laat ik de lucht links liggen.
B – Het is zo normaal geworden dat je het niet meer ziet. Je went het weg. Later blijken er in Rome honderd kerken met duizend geschilderde luchten te zijn. Dat kun je allemaal
wegwennen.
A – Kun je alles wegwennen?
B – Nou, ook jezelf bijvoorbeeld. Jezelf wegwennen heeft bovendien iets verleidelijks. Ik ken mezelf van jongs af aan, ‘t is kinderlijk eenvoudig mezelf weg te wennen.

Ik stapte het Pantheon binnen en meende voor het eerst lucht te zien. Grijzig. Blauwig.
Alsof het weggewende tevoorschijn kwam. Mezelf inclusief. Zo stond ik daar.
Dat gat zei op een heel fraaie manier niets.
Ik kon daar voorlopig niet weg.

Wat een krachttoer, om op ruim veertig meter hoogte een gat te krijgen om, jawel, een rondje lucht te kunnen zien. Zoveel materiële inventiviteit om het immateriële te tonen. Zonder gat niet díe lucht. De rest van de lucht is overal. Het dateert van zo’n honderd na christus en heeft veel turbulente geschiedenis van Rome doorstaan. En dat gat bleef waar het was.

Men cultiveert,
stapelt en benaamd,
stapelt en benoemd en beaamd…
Vindt men rust in vaste stof, in cement en stevige uitspraken?
A – Of steun. Zonder die stof geen muur die me beschermd.
B – Men kan alles volstapelen en volpraten.
A – Ik vind het eigenlijk verleidelijk dat laatste stukje van de koepel wel te vullen.
B – Zoals je het verleidelijk vindt een beredenering sluitend te krijgen? Dan pleit ik voor een oculus in je brein.
Oké,
d
oor dat gat te maken, maak je misschien tevens een verleiding het te vullen. En schoonheid door dat juist lekker niet te doen – en regengoten in je binnenvloer. Leg het laatste puzzelstukje níet, anders klapt het dicht, stolt het, dogmatiseert het.

Torens hadden in de oudheid geen praktisch nut, de functie zat ‘m in de heiligheid. Maar bij de Toren van Babel was het ineens de bedoeling écht bij God op bezoek te komen… dat was blasfemisch.

Het Pantheon is bedoeld ‘voor alle goden.’ Als je het gat teveel dicht zet, past dat nooit.
‘Over de goden niets dan goeds:’
dat gat is een onmogelijkvormig puzzelstukje om alles passend te krijgen.