humaanextremist-0b

Waarom is de ene dichtregel ongrijpbaar en vervliegend,
terwijl een andere even ongrijpbaar is, maar jou wel grijpt?
Waarom blijven sommige sprookjes in zwang en anderen niet?
Kunst is een soort proef die het subjectief menselijke objectiever maakt.
Je kunt vanaf een podium tachtig creatieve balletjes de zaal in gooien… niet alles stuitert terug.
Als een lach of een doodse stilte uit een zaal terugstuitert… wat zegt dat dan? Dat kun je slechts meten in iets dat getalloos is als integriteit of geloofwaardigheid. En precies daarmee wil ik te maken hebben.

Er zitten mensen in de zaal en er zitten knobbels in mensen. Op knobbels stuitert iets terug, wordt contact gemaakt. Knobbels zijn lichtgevoeligheden, knelpunten, die gekieteld en gemasseerd kunnen worden. Door middel van humor of esthetiek, bijvoorbeeld.

Ik wil je meenemen naar de stoel waarin je nu zit – waar, zo’n 40 cm boven het zitvlak, ongrijpbare begrippen spelen als  ‘mens’, ‘integriteit’, ‘eer’ en ‘zingeving’. Kunst roert zich hier en weekt zich los van maatschappelijke afspraken, veronderstellingen, bakens – die je kunnen belonen of die je een loer kunnen draaien. Je weet op welke knop je moet drukken om huisvesting te krijgen. Je leert aan welke hendel je moet zwengelen om een compliment te krijgen van persoon A en welke hand je moet geven aan persoon B ten behoeve van een baan. In het ideale geval zijn al die knoppen en hendels inderdaad aangesloten op volledig maatschappelijk functioneren. Dan zouden ze misschien volstaan.
Stap dan De Existentierimboe in.
Stel,
je verdwaalt. En echt verdwalen kun je uitsluitend alleen – los van afspraken en bakens. En stel,
je blijkt een kompas gewaar te worden, op een plek waar weinig daglicht komt: binnen. Waar een aap in een mouw logeert. Stel,
je bent dat zelf,
iets boven het zitvlak, nu,
net.

Er staat een kerk in mijn ouderlijk huis. Mijn geboortedatum is geen getal, maar een markeerpunt in m’n boezem… een magneetpunt, namelijk de + .
En na tien, twintig of tachtig jaar tref ik een   ?
Twee polen in de tijd, die elkaar aantrekken of afstoten?
Het is dezelfde kerk met een + of een , in mijn ouderlijk huis, gesloopt en wel, na tachtig jaar,
met twee tijden worden het twee polen waar een spanning tussen staat.
Die spanning ben ik.
Die spanning houdt ’t mensfiguur gaande.
Is het die spanning die ik vrees,
dan maak ik met die vrees de spanning.
Een + en een + stoten elkaar af, opdat ik niet te dicht bij me in de buurt kom?

Ik wens door een mensenbril te kijken… en schrijf over stroom tussen twee polen: het is maar een gebaar. Stel, alles bestaat uit gebaren. Job, zie alles om je heen niet als stoffelijk, maar als gebaren.
Een gebouwd huis is een gebaar tot onderdak, een gitaar is een gebaar, een wet is een gebaar, misschien ook een sterrenhemel – om me ergens tot te verhouden.
Zolang ik in dit lijf hang, zie ik dit alles door mensenogen.
Welke gebaren te maken?