humaanextremist-0b

Bij het zien van de film Ran, verloor ik bakens: het kwam uit andere tijd en cultuur, mijn oordelen kregen geen grip. Als ik de film had willen recenseren, zou ik een probleem hebben. Ik wist niet wat ik ervan moest vinden, het bracht me terug in een soort existentiële basisstaat met een halfbakken babybrein. Veronderstellingen lieten me los, maar iets anders ving mij op. Iets nieuws. Iets normaals. Ikzelf. Zonder kop vol volzinnen, bleek ik er des te meer te zijn.

De twee betekenissen van het woord ‘origineel’ vielen samen. Zowel het ‘vooruitstrevende’ als het ‘oorspronkelijke’ in een na-ijlende gewaarwording. Ongecultiveerd. Blanco.

Zo’n sprong wil maken: naar een plek die ik niet ken, maar die me tegelijk dieper in het hier en nu zet. Bij veel kunst word ik ongeduldig. Ik wil kunst onzinnig en riskant als hoofdrekenende verkeersdeelnemers. Er bestaat een risicoloze herkenbaarheid, in die zin dat het beantwoordt aan veronderstellingen. Herkenbaarheid wil ik wel, maar onverwacht, vanuit de rug. Een glimlach van een kind van meneer Hazes, ken ik nu wel – d’r zit voor mij weinig smaak meer aan. Maar toen ik ’s avonds aan het fietsen was, over een bedrijventerrein bij een vliegveld, en ik in een desolate laan door een open raam een koperblazersclub dat nummer instrumentaal hoorde oefenen – kwam het binnen. Vernieuwing helpt wat je kent glanzend te houden. Zolang we mensen zijn met grosso modo twee armen en twee benen, geloof ik toch dat we steeds bij een soort nulpunt terugkomen, dat we delen.

Toch pakt herkenbaarheid vaak uit als een gemiddelde tussen een dinsdag, een woensdag en een flauwige donderdag. Ik wil een glimp opvangen van iets nieuws, een koortsige zondag voorbij, richting een eeuwige Kreeftskeerkring of zo, ik wil dat vervoering mij kidnapt naar een mij onbekende overkant. Waar ik nieuw en wakker ben, waar ik mijn oude sokken weer aantref op een vergeten plakje aardbodem. Ik word er Moeder Gevoelskwestie van. Ik geloof dat dat wel gezond is.

Via vreemde omwegen, zal ik de allermusste mus
beschrijven. En de allerboomste boom.
Niet gewoon boom, maar boomst, in zijn volle boomheid. Om niet te zeggen:
boom.
Boom die niet in het minst probeert het boomst te zijn, maar gewoon boom is, precies zo’n boom.

Alles wat ook maar enigszins stoffelijk is, wordt ouder en stolt tot iets eenzijdigs. Ik houd van klassiek Griekse beelden die afbrokkelen. Dat afbrokkelen zie ik als een daad van integriteit.

Ik stel voor, dat je met een kritisch hoofd iets vrolijk dood-analyseert zodat vitaal een volgende stap gemaakt kan worden. Ik wil door door door. Een analyse als judaskus – het bestudeerde werd liefgehad, kwam via intellect in een potje terecht, geconserveerd tot een hapklare brok waarop je je weer afzetten kan – voordat het een dogma wordt,
voordat het niet origineel meer is.